Herengracht 458

<- 460 Herengracht                Panorama                Herengracht 456 ->

Herengracht 458, tekening Caspar Philips

Tekening Caspar Philips

Herengracht 458

Herengracht 458

Herengracht 458 Huis Goudstikker

Gebouwd           1670
Architect            -
Opdrachtgever    Martinus Alewijn
Monument         Rijksmonument
 

De stadserven 19 en 20 in park B worden in 1665 gekocht door de koopman Martirrus Alewijn [1634-1684] zoon van Abraham Alewijn die dan op Herengracht 174 woont. Martirrus Alewijn koopt in 1668 ook de achterliggende erven aan de Keizersgracht, de nummers 513-517 van David Leeuw. Aan de Herengracht laat hij een dubbel huis bouwen. Het huis heeft dan een bakstenen gevel met geblokte zandstenen hoeklisenen en, dat is heel bijzonder, ook zandstenen banden tussen de verdiepingen en het huis wordt bekroond door een simpele gesloten attiek met vensters. De  voordeur is voorzien van een deuromlijsting met daarboven een vensteromlijsting met guirlandes en balkon. Het ziet er dan uit zoals dat te zien is op de tekening van de uitgever Cornelis Danckerts uitgegeven tussen 1696 en 1706. 

Herengracht 458, tekening Cornelis Danckerts

Tekening Cornelis Danckerts (rond 1680)

Tekening Caspar Philips van het koetshuis Keizersgracht 513-517

Tekening Caspar Philips van het koetshuis Keizersgracht 513-517

Aan de Keizersgrachtzijde komt dan een koetshuis met stal en twee woningen, waarvan Keizersgracht 517 als zodanig lang in gebruik blijft bij het huis aan de Herengracht. Alewijn heeft het huis bewoond, maar het huis wordt na de dood van zijn vrouw Anna Hooftman [1641- 1689] in 1689 verhuurd aan Dirk Wuytiers, heer van Werve en Souburg [1655-1733] die het huis in het zelfde jaar met het koetshuis aan de Keizersgracht koopt en het inwendig laat verfraaien. Met onder andere een plafondschildering van De Lairesse, voorstellenden de val van Phaëton. Die plafondschildering is in de tweede Wereldoorlog door Herman Goering naar Duitsland is gezonden. Ook heeft vermoedelijk Jacob de Wit er een plafondschildering gemaakt, maar hiervan is verder niets bekend.

 

Als we naar de tekening van Caspar Philips van rond 1770 kijken, dan is de gevel in het begin van de achttiende eeuw gewijzigd, zowel de ingang als het attiek. Na Wuytiers kinderloos overlijden is het complex in 1734 bij boedelscheiding toebedeeld aan diens nicht Maria Elisabeth de Wael, vrouwe van Ankeveen [†1755]. Ze is een dochter van Dirks zuster Adriana Debora Wuytiers en Adriaan Govert de Wael van Ankeveen, die ook eigenares is van Herengracht 86, 340, 567 en 509· Zij verkoopt Herengracht 458 in 1734, maar de officiële overdracht volgt pas in 1738, aan mr. Nicolaas Pancras [1690-1739] van Herengracht 446. Pancras is schepen in 1728 en laat het huis na aan zijn vrouw Anna Elisabeth Geelvinck [1702-1757]. Zij blijft er wonen, ook na haar in december 1740 gesloten huwelijk met de koopman, reder en bankier Jean Lucas Pels van Herengracht 466a. Maar nog geen maand na zijn huwelijk komt hij te overlijden. Na de dood van de kinderloze Anna Elisabeth Geelvinck gaat het huis naar haar nicht Anna Jacoba Geelvinck [1736-1793]. 

Hierop staan Agatha Levina Geelvinck, Joan Geelvinck en Anna Elisabeth Geelvinck, geschilderd door Boonen uit 1716.

Hierop staan Agatha Levina Geelvinck, Joan Geelvinck en Anna Elisabeth Geelvinck, geschilderd door Boonen uit 1716.

Zij en haar man, de koopman, bankier en assuradeur Abraham Dedel [1732-1798], burgemeester in 1788 en 1792, wonen er ruim 35 jaar in. De kinderloze Dedel, hij erft het complex van zijn vrouw en legateert het aan een nicht, Johanna Albertina Geelvinck [1762- 1815] die getrouwd is met Albertus Cornelis Schuyt [1760-1814] van Herengracht 491. Schuyt zit in de raad van 1787 tot 1795 en is schepen in 1788 en 1791. Dit echtpaar, dat het huis enkele jaren (1798- 1800) heeft bewoond, verkoopt het complex weer in 1801 aan Maria Aletta Koenen.

Maria is de dochter van Jan Willem Koenen die dan woont op Herengracht 580 en de weduwe is van de uit Siegen afkomstige Jan Willem Winter en die in het huis tot haar dood in 1820 heeft gewoond. Haar enige overgebleven dochter Maria Henriëtte Winter, de vrouw van Godfried Leonard Walkart op Herengracht 482(oude huis), verkoopt het complex in 1821 aan de koopman op de West Marcus Broen Marcellusz [1769-1850] van Herengracht 481, commissaris tot de ontvangst van de 100 ste en andere penningen van 1794 tot 1795 en lid van de raad. Hij is dan de weduwnaar van Anna Margaretha van Hasselt en gaat in het huis wonen. Zijn enig kind Catharina Johanna Broen [1793-1821] is in 1817 getrouwd met de kandidaat in de rechten Paul Engelbrecht van Hangest baron d'Yvoy [1776-1843]. Zijn naam is eigenlijk Paul Engdbrecht lvoi. Hij is secretaris van curatoren van de Gelderse hogeschool te Harderwijk en lid van de Provinciale Staten. Hij is in 1816 ingelijfd is in de Nederlandse adel. Hij heeft met zijn beide dochters, Anna Magdalena van Hangest barones d'Yvoy [1818-1877] die in 1846 getrouwd is met jhr.mr.Maurits van Weede, en de ongetrouwde Cernelia Maria van Hangest barones d'Yvoy [1820-1902] op Herengracht 482 gewoond. De dochters verhuizen, na het complex in 1850 van hun grootvader te hebben geërfd, naar het huis en kort na 1852 naar het kasteel Salentijn te Nijkerk. Zij verkopen het complex in 1862 voor f 51.500 aan de koopman Jacobus Hermanus Insinger [1794-1874] die sinds 1863 ook eigenaar is van Herengracht 455. Insinger is weduwnaar van de in 1831 overleden Maria Catharina Ringeling en hij is lid van de firma Insinger & Co., die zich ook op 458 vestigt. Na het overlijden van Jacobus Hermanus Insinger is het complex sinds 1875 eigendom en woning van zijn zoon Maurits Hermanus Insinger [1825-1891]. Maurits is sinds 1853 getrouwd met jonkvrouw Henriëtte Agnes van Loon [1825-1902] dochter van jhr. Willem van Loon van Herengracht 499.

 

Onder leiding van de architect W. Hamer wordt het huis in 1875 ingrijpend verbouwd, waarbij de ingang naar de kelderverdieping is verplaatst en er een nieuw trappenhuis komt. Door de verplaatsing van de ingang kan er een grote zaal aan de voorzijde komen, een nieuwe eetzaal die in Italiaanse renaissancestijl wordt ingericht. De gevel wordt in de stijlenmengeling van die jaren gewijzigd, waarbij een nieuwe rniddenrisaliet met de voor die tijd zo typische gebogen fronton wordt aangebracht. Tevens wordt in 1883 de stal aan de Keizersgracht 517 verbouwd. Na de dood van Insinger blijft zijn weduwe, die dame du palais van de koningin Emma, het huis, dat zij in 1892 kreeg, bewonen.

 

Hebt u aanvullingen of wilt u meedoen?

Als u opmerkingen of aanvullingen hebt op de tekst hierboven, wilt u dan ook het huisnummer erbij vermelden.

Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om eventueel op uw opmerkingen te reageren.

 

Foto's of andere informatie vande  panden kun u ook zenden naar info@amsterdamsegrachtenhuizen.info.