Herengracht 258

Herengracht 258

Herengracht 258

Herengracht 258 tekening Caspar Philips

Tekening Caspar Philips

Herengracht 258

Gebouwd            1765
Architect               -
Opdrachtgever    Daniel Roelof Muilman
Monument           niet
1853 : KK 185  (huisnummer 1853-1875)
1808 : 37 845  (verpondingsnummer)
1796 : 37 448    (kleinnummer)
1732 : 37 865  (verpondingsnummer)
Kadast: E 3852  (kadaster oud)

Herengracht HG10 252-256 1625 Berkenrode

De kaart van Berkenrode uit 1625 met de oorspronkelijke huizen met puntdaken en een gang ten zuiden van 252-254 naar de schuur achter de twee huizen.

Aankoop grond

De koper van de stadserven 14 en 15 in park D is in 1614 de stokviskoper Jan Pietersz die Witt [1550-1621] (zie ook Herengracht 132 en 134), in de raad van 1600 tot 1621, schepen in 1609, 1611, 1616-1617, 1619–1620. Hij doet de grondstukken over aan de suikerraffinadeur Hans Jansz, die dan al de eigenaar is van het stadserf 16. Op dit hele terrein laat Jansz rond 1615 twee huizen bouwen, de huidige huisnummers Herengracht 254 – 256 en 258, ieder met twee trappentoppen en respectievelijk 13 m en 11,5 m breed; achter Herengracht 254 – 256 is een stal gebouwd die te bereiken is via een gang aan de zuidzijde. In 1626 worden Herengracht 254 – 256 bij executie uit de boedel van Hans Jansz voor f 22.000,-.

 

Ca. 1640 wordt de papierhandelaar Christoffel van Hoven eigenaar, die na aankoop ter plaatse door de architect Philip Vingboons een huis onder schilddak met schoorstenen en voorzien van een vier vensters brede lisenengevel laat bouwen. Dit huis is afgebeeld in het boek van Philips Vingboons, zie tab Vingboons. Van Hoven heeft dit huis bewoond met zijn vrouw Maria Hendriks Storm. In 1675 wordt het voor ƒ 37.000,- gekocht door de doopsgezinde zijdehandelaar Gilbert de Flines  Gilbertsz [1614-1696] die erin gaat wonen. Zijn weduwe Catharina van Gelder [†1719] hertrouwt met de koopman en bankier mr. Meynard Troyen [†1734] oud-schepen van Rotterdam, die dan ook eigenaar is van Herengracht 253, 260 en 526. In 1726 hertrouwt hij met Sara Petronella de Jong. Sara heeft na de dood van haar man diens zaken voortgezet en heeft rond 1739-1757 het huis als weduwe bewoond; in 1742 wordt de huurwaarde vastgesteld op ƒ 1.450,-. Bij haar woont in 1757 ook haar schoonzoon mr. Ernst Graafland [1715-1774] die pensionaris is vanaf 1747 tot zijn overlijden en die in 1753 is getrouwd met Wilhelmina Troyen [1727-1766].

 

 

Verbouwing door Daniel Roelof Muilman

Na de dood van Sara Petronelia de Jong wordt het huis in 1764 door mr. Ernst Graafland en door mr. Mattheus Graswinckel [1724-1791], die sinds 1750 getrouwd met Wilhelmina’s zuster Anna Maria Troyen [*1729], voor ƒ 42.000,- verkocht aan de koopman Daniel Roelof Muilman [†1801]. Daniel is firmant van Muilman & Soonen en laat het huis direct verbouwen. Het krijgt een andere kap en een nieuwe hogere voorgevel onder simpele trigliefenlijst, met twee consoles en waarop twee hoekvazen staan. En hij laat de voordeur van een zandstenen deuromlijsting voorzien. Vandaar dat het huis op de tekening van Casper Philips er anders uitziet dan het ontwerp van Vingboons. Muilman heeft het pand tot zijn dood bewoond. Ook is er het kantoor van de firma Muilman & Soonen jarenlang in gevestigd geweest. Bij het tabblad “Vonnis Muilman” staat een vonnis in een zakelijk conflict, het geeft een beeld hoe het er toen al aan toe ging. In 1804-1806 is de koopman Joseph Massac de bewoner van het huis, hij betaalt ƒ 1.850,- per jaar aan huur en verhuisd later naar Herengracht 586. In 1812 wordt bij de boedelscheiding de helft van het huis toegewezen aan de zoon van de broer van Daniel, mr. Willem Ferdinand Mogge Muilman [1778-1849] die woont op dan Herengracht 476.

Hebt u aanvullingen of wilt u meedoen?

Als u opmerkingen of aanvullingen hebt op de tekst hierboven, wilt u dan ook het huisnummer erbij vermelden.

Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om eventueel op uw opmerkingen te reageren.

 

Foto's of andere informatie vande  panden kun u ook zenden naar info@amsterdamsegrachtenhuizen.info.